De positie van u als schuldeiser in de WCO

Men wordt er als ondernemer tegenwoordig bijna dagelijks mee geconfronteerd. Uw schuldenaar vraagt een gerechtelijke reorganisatie aan, en u denkt vast, wij als schuldeisers zullen wel weer in de kou blijven staan, maar is dat wel zo?

In deze bijdrage wensen we tegemoetkomen aan de vele verzuchtingen van schuldeisers geconfronteerd met een WCO en wensen we aantal aspecten toe te lichten teneinde aan te tonen dat u niet enkel lijdzaam dient toe te kijken? Welke interventiemogelijkheden heeft een schuldeiser bij aanvang van de opschorting en lopende de procedure en op het einde?

I.                    Voor de opschorting

Vaak wordt vergeten dat een schuldeiser de mogelijkheid heeft om vrijwillig tussen te komen vòòr het vonnis met betrekking tot de opschorting. Let wel deze vrijwillige tussenkomst kan uitsluitend middels een verzoekschrift geschieden.

Waarom kan het zo van belang zijn om als schuldeiser tussen te komen middels een verzoekschrift? Hierdoor wordt u immers als schuldeiser rechtstreeks partij in de ganse procedure en wordt u van elke stap in de procedure op de hoogte gehouden. Alzo verkrijgt u eveneens de mogelijkheid om beroep aan te tekenen tegen een vonnis tot toelating en zelfs tegen het vonnis dewelke het latere reorganisatieplan homologeert.

II.                  Tijdens de opschorting

Eens de gerechtelijke reorganisatie van uw schuldenaar open werd verklaard, laat de Wet u toch nog tal van mogelijkheden open voor u als schuldeiser om op te treden.

Immers, van zodra het verzoek door uw schuldenaar ter griffie werd neergelegd, kan u als schuldeiser gedurende de volledige procedure geen bewarende noch uitvoerende beslagen meer leggen, doch een reële executie blijft mogelijk. Denk maar aan de uithuiszetting, de machtiging van de verhuurder voor de terugname van roerende goederen., het retentierecht, …

1.     Als schuldeiser dient u aldus waakzaam te zijn dat uw schuldvordering correct werd opgenomen. Al te vaak wordt vastgesteld dat een schuldeiser een aangifte van zijn vordering heeft doorgestuurd, doch dat deze niet correct werd opgenomen. In voorkomend geval dient u de schuldenaar onmiddellijk te verzoeken het nodige te doen. Wordt aan uw verzoek geen gevolg gegeven dat is het van primordiaal belang dat u onmiddellijk de procedure voorzien in artikel 46 WCO aanvat. Let wel, deze procedure dient tijdig te worden aangevat en uiterlijk veertien dagen voor de stemmingsvergadering.

Het artikel 46 WCO bepaalt immers dat elke schuldeiser in de opschorting die het bedrag of de hoedanigheid van de door de schuldenaar vermelde schuldvordering betwist en elke andere belanghebbende die schuldeiser beweert te zijn, in geval van voortdurende onenigheid met de schuldenaar, de betwisting voor de rechtbank kan brengen die de procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft geopend.

Indien u dit als schuldeiser niet tijdig heeft gedaan kan u op de stemmingsvergadering enkel stemmen voor het bedrag zoals het door de schuldenaar in het plan werd opgenomen, het opgenomen bedrag is niet meer voor betwisting vatbaar. U dient dus ZELF initiatief te nemen.

2.     Kan u eventueel de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van uw schuldenaar aanspreken?

Het artikel 33 §2 WCO bepaalt dat de opschorting toegekend aan de schuldenaar ook ten goede komt aan de echtgenoot, gewezen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de schuldenaar ( van minstens zes maanden), die krachtens de wet mede verbonden is voor de schulden van zijn echtgenoot, gewezen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner.

Als schuldeiser kan u aldus in eerste instantie gedurende de opschorting de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van uw schuldenaar niet aanspreken, doch NA de homologatie van het plan en de sluiting van de procedure herwint u als schuldeisers wel uw executierechten ten aanzien van de echtgenoot schuldenaar.

Ten aanzien van alle andere borgen of medeschuldenaren heeft de opschorting geen enkel effect. U kan aldus perfect deze borgen of mededebiteuren gedurende de procedure verder aanspreken. Wel kan de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijke zekerheid heeft gesteld  voor de schuldenaar de rechtbank verzoeken dat wordt vastgesteld dat het bedrag van de persoonlijke zekerheid kennelijk niet evenredig is met de mogelijkheid, op het ogenblik waarop de opschorting wordt toegekend, die hij heeft de schuld terug te betalen, waarbij die mogelijkheid moet worden beoordeeld zowel ten aanzien van zijn roerende en onroerende goederen als ten aanzien van zijn inkomsten, en dat hij aldus mee het voordeel van de opschorting kan genieten, doch in de meeste gevallen kent deze procedure geen goede slaagkansen voor de medeschuldenaar.

3.     Wat dient u te doen als u een lopende overeenkomst heeft met een onderneming dewelke een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd?

Het beginsel is de continuïteit van de lopende overeenkomsten. Zo zal de aanvraag of de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie geen einde maken aan de lopende overeenkomsten noch aan de modaliteiten van hun uitvoering. Ook de uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde blijft door de WCO-wet jammerlijk buiten werking. Aldus is het ontbindingsrecht van een lopende overeenkomst die u heeft met een schuldenaar op grond van een wanprestaties van voor de opschorting heel beperkt.

Maar, wat u wel kan doen is de schuldenaar in gebreke stellen met het uitdrukkelijk verzoek om zijn contractuele wanprestatie voorafgaand aan de toekenning van de opschorting binnen een termijn van vijftien dagen na voornoemde in gebreke stelling ongedaan te maken. Wordt hieraan geen gevolg gegeven dan kan u uw prestaties schorsen.

4.     Het lot van de schadebedingen

Schadebedingen worden in de regel niet opgenomen in het reorganisatieplan. Een alternatief kan erin bestaan om uw werkelijke schade te laten opnemen in het reorganisatieplan. Let wel, indien u hiervoor opteert betreft dit wel een definitieve verzaking aan uw schadebeding naar de toekomst toe.

III.                Na afloop

1.       Het plan wordt niet nageleefd

Van zodra de vooropgestelde betalingen in het kader van het reorganisatieplan niet worden nageleefd, kan u als schuldeiser, onmiddellijke dagvaarden tot intrekking van het reorganisatieplan al dan niet gecombineerd met een vordering tot vaststelling van het faillissement van uw schuldenaar. De praktijk toont aan dat dergelijke dagvaarding effectief is, in die zin dat uw schuldenaar alles in het werk zal stellen om uw schuldvordering alsnog te voldoen.

2.       Wat met nieuwe schulden van NA de WCO

Hierbij hebben 2 soorten van categorieën, zijnde prestaties in het kader van de lopende overeenkomsten voor zover deze prestaties dateren van na de opschorting en schuldvorderingen die voortvloeien uit nieuwe overeenkomsten of rechtsfeiten van na de opschorting.

Welnu, het statuut van deze nieuwe schulden is heel sterk. De opschorting geldt immers niet ten aanzien van deze schulden. U kan gewoon invorderen, dagvaarden, beslag leggen, …

Stephanie Laleeuw (advocaat BVBA Advocatenkantoor Stephanie Laleeuw)

info@advocatenkantoorlaleeuw.be